
Het Willy Dobbeplantsoen bloeit verder na het afscheid van Wim T. Schippers
AlgemeenIn de weldadige mist van de tijd, ergens tussen de IJsheiligen en de zomervakantie, ligt in Olst het Willy Dobbeplantsoen. Een plantsoen dat ooit ontstond uit politieke verwarring, stedelijke ambitie en een lichte neiging tot cultureel onbegrip.
De discussie begon ooit bij de naamgeving van straten in de Stationswijk, waar men vrouwen wilde eren, onder wie zelfs Marga Klompé, die vermoedelijk nooit heeft kunnen vermoeden dat haar naam ooit in een haakse bocht zou belanden. Terwijl daarover werd gediscussieerd, mengde ook de Herensociëteit v/h De Nuts Neut zich in het gesprek. Dat leidde tot een opmerkelijk idee: het Willy Dobbeplantsoen. Achter het voorstel zat voormalig regent Gerhard Aberson, die het idee samen met zijn toenmalige mederegenten Marinus Beumer en Reint Eilerts verder tot in detail uitwerkte.
Willy Dobbe, jarenlang een vertrouwd gezicht op de Nederlandse televisie, speelde een bijzondere rol in het werk van Wim T. Schippers. In zijn absurde televisiewereld werd haar naam een begrip. Het idee voor een plantsoen werd door de gemeente aanvankelijk afgewezen, maar verdween daarmee niet van tafel. Toen later de Kortrickvijver werd aangelegd, werd besloten het plan alsnog uit te voeren.
De opening op 27 november 1997 trok landelijke aandacht. Wim T. Schippers en Willy Dobbe arriveerden in de stromende regen per roeiboot over de vijver, meerden aan en onthulden samen het naambord. Het tafereel haalde zelfs het NOS Journaal.Maar dat alles verbleekt bij het echte hart van de zaak: het plantsoen zelf. En vooral: de begonia.
Elk jaar, zodra de natuur zich voorzichtig weer in de richting van ‘misschien wel groen’ beweegt, verzamelen enige Heren van de Herensociëteit zich als een soort tuinbouwkundige geheime dienst. In plechtige stilte worden de begonia’s uitgestald. Daarna volgt een ritueel dat alleen kan worden omschreven als een kruising tussen een militaire parade en een bloemschikkende koorddans.
De bloemen worden geplaatst in rijen van zes, dan acht, en als het misgaat weer zes. Niemand weet precies waarom. Niemand durft het te vragen.
En zo groeit en bloeit elk jaar opnieuw het plantsoen, onder toezicht van de Heren, met grasmaaiers, schoffels, gieters en noeste arbeid. De begonia’s staan strak, alsof ze elk moment een staatsbezoek verwachten.
Afgelopen week werden de nieuwe begonia’s geplant. Een paar dagen later kwam het droeve nieuws naar buiten dat Wim T. Schippers was overleden. Ineens kreeg het plantsoen een extra betekenis. Bezoekers kwamen langs, maakten foto’s en stonden even stil bij de plek die zo nauw verbonden is met zijn werk.
Op een van de bankjes stond zelfs een potje pindakaas. Een klein, anoniem gebaar dat precies lijkt te passen bij de geest van Schippers: licht absurd, maar tegelijk oprecht. Op het etiket stond: “Dank voor de gekte”.
Volgend jaar bestaat het Willy Dobbeplantsoen dertig jaar. De initiatiefnemers bereiden een herdenking voor van de man die generaties Nederlanders liet kennismaken met zijn eigenzinnige humor. Inmiddels bloeien de begonia’s en blijft het plantsoen doen waarvoor het ooit werd aangelegd: een glimlach oproepen bij wie er langsloopt.
