Geldzeurderij

Ik hoor het niet meer. De opdringerige reclame van bureaus die schreeuwden: “Maak gratis bezwaar tegen WOZ-aanslag. Bespaar tot duizenden euro’s.” De riante vergoeding voor dat ‘gratis’ bezwaar moest door de gemeente wel aan dat bureau worden betaald. Ik schreef al eens over deze – voor de gemeente en dus voor ons – dure procedure. Het was voor de bureaus een heerlijke melkkoe. Nu zijn ze stil. De vergoeding is aanzienlijk verlaagd en niet meer lucratief. Goed zo! Bezwaar maken kun je simpel zelf doen en is nog kansrijker ook.

Zelf ontdekte ik een foutje in mijn WOZ-aanslag. Mijn woonoppervlak werd veel te hoog ingeschat. Ik mailde naar ‘snel antwoord’. Het klopte en binnen een week is een verlaagde WOZ-waarde vastgesteld. Eenvoudiger, sneller en goedkoper dan via een bezwaarschrift. 

Niet alle kosten gaan naar beneden. De olieprijzen schieten ophoog. Veel geklaag bij de pomp. Het verbaast mij, dat zodra de olieprijs op de wereldmarkt stijgt, de prijs aan de pomp onmiddellijk meestijgt. Voor brandstof die goedkoper is ingekocht. Het verbaast mij, dat bij daling van de wereld olieprijs, de neerwaartse beweging aan de pomp op zich laat wachten. Dit heet het ‘raketten-en-veren’-effect. Prijzen stijgen snel als een raket. En dalen zo langzaam als een veertje. “Omdat we nog duur hebben ingekocht.” Tsja.

Stel, ik ga naar een bouwmarkt. Met eigen parkeerterrein. Ik struin enige tijd in de winkel en koop voor € 250,- aan spullen. Bij de kassa krijg ik de vraag: “Wilt u een uitrijkaart voor het parkeerterrein.” Nou…eh … ja. “Dan komt er € 11,- bij.” Hoe zou u reageren? Zoiets overkwam mij bij een wellnessbaderij. In een buitengebied met groot parkeerterrein. Met z’n tweeën een heerlijke dag gehad. Bij het afrekenen precies die vraag. € 11,- voor parkeren. 😠Grrr. Ik ben een klant! Ik geef hier een bak geld uit en moet betalen voor een parkeerplek in een bos? Het gaat me niet om het tientje. Het gaat me om de houding. Het parkeerterrein is matig bezet met zo’n 100 auto’s. Dat is € 1100,- per dag. Reken maar uit voor een jaar. 

Weet je wat niet duur is? Een kippenei. Ik zag een lijstje met voedselprijzen in 1950. Eieren kostten omgerekend 8 eurocent per stuk. Nu kost een ei 30 ct. Als je alle inflaties meerekent dan zou een ei nu 82 ct. moeten kosten. (bron: CBS) Dat ei is in 75 jaar dus eigenlijk heel goedkoop geworden. Wel met gevolgen voor de kip.

Genoeg geldgezeurd. Wij hébben tenminste nog brandstof. Ik héb nog de luxe om in warme baden te drijven. Ik héb een huis met genoeg woonoppervlak. Dat is op zoveel plekken in de wereld anders. Even geldzeuren mag. Maar ik hoef maar het nieuws te zien om dat allemaal te relativeren.

En die eieren? Daar zeur ik niet over. Omdat ze zo goedkoop zijn? Nee, omdat ik zo langzamerhand eierboer kan zijn, met die loopeenden van mij. Misschien moet ik de eieren maar verkopen. Voor 82 ct. Per stuk. Kun u ook even zeuren over hoge prijzen.