Geraakt
Ik raak eraan gewend. De berichten en foto’s over de verschrikkingen van oorlogsgeweld. De doden, de vernielingen. Vaak gaan die berichten over burgerdoden. Over aanslagen op scholen met kinderen, op ziekenhuizen of woonblokken. Ik merk bij mezelf verontwaardiging en boosheid. Droevige en aangrijpende beelden raken m’n hart. Daarna een machteloos gevoel.
Deze week lees ik een kop in de krant: Oekraïne slaagt er steeds beter in meer militairen uit te schakelen dan Rusland kan werven. Ik raak een beetje van m’n stuk door deze zin. Ik gun een land, dat is aangevallen, de overwinning. Tegelijkertijd is de zin eigenlijk zó cynisch. Als ik die vertaal: Er worden meer jonge mannen doodgeschoten dan Rusland kan aanvullen. Jongens die met mooie beloften zijn geworven, misschien wel gedwongen. Om vervolgens als ratten in de val te lopen.
De leiders van een land, die besluiten tot een oorlog, zitten zelf veilig in hun paleisbunkers. Zij nemen besluiten. Niet gehinderd door enig respect voor het leven. Wel gedreven door eigen belang, hun eer, narcistische inslag of kortzichtigheid. Dat mag wat jonge levens kosten. Hoe zou hun besluit vallen als ze zelf één dag zouden meevechten in de eerste frontlinie?
Ik lees ook hoe een Russische soldaat werd gevolgd door Oekraïense drones. De dronepiloten, ook ergens veilig achter het front, hebben hem in het vizier. Maar de soldaat weet telkens weer te ontsnappen. Hij raakt gewond, strompelt. Uiteindelijk wordt hij – met enig gejuich – gedood. Wat een wrede onmenselijkheid, als je hier even bij stil staat. Dat ook van Russische zijde gruwelijke daden worden gepleegd is bekend. Het verschil is, dat daarbij geen journalisten aanwezig mogen zijn.
De oorlog in het Midden-Oosten is ook eentje vanuit vliegtuigen en veilige commandocentra die drones aansturen. Allemaal om te doden. Afschuwelijk.
Ik word er niet geruster op. Pete Hegseth, de Amerikaanse minister van defensie– oh, sorry van oorlog, zoals hij ‘t noemt – pleitte er deze week voor dat de VS zich niets meer moeten aantrekken van het oorlogsrecht. Alles is geoorloofd. Waar kennen we dat van? Een generaal van het Amerikaanse leger ging hiertegen in. Die zien we waarschijnlijk binnenkort wel als vooruitgeschoven post in de eerste frontlinie.
De aanstichters van dat geweld zitten veilig in hun bunkers. De tussenlaag loopt weinig risico’s. Die regelt zaken op grote afstand van het geweld. Dat is zo bij oorlog.
Maar ook in de criminaliteit werkt het zo. Topcriminelen zitten veilig. De tussenlaag ronselt de ‘loopjongens’. Die voeren de daden uit: Een bom aan de deurpost, een aanslag, zelfs een liquidatie. Zij doen het smerige werk. Zij hebben de grootste kans om gepakt te worden. De lagen erboven blijven buiten schot, ook letterlijk.
Sommige topcriminelen zitten wél in de gevangenis. Andere criminelen hadden een luxeleven in Dubai. Hadden, hoop ik. Want je zou toch wensen dat die criminelen een Iraanse bom op hun kop hebben gekregen. Hun verdiende loon voor al het (drugs- en oplichters) leed wat ze hebben aangericht.
Verdiende loon schrijf ik? Ja, kijk zo werkt het dus.