Bewaren

“En? Heb je nog iets leuks gedaan met de Pasen?” vroeg de kapper belangstellend. De vraag moest op enig volume worden gesteld omdat de klant voor zich op het plankje zijn bril en gehoorapparaten had neergelegd. Bijna onvermijdelijk volgde de wedervraag: “Of ik wat leuks gedaan heb met Pasen? Was dat wat je vroeg?” Daarna bleef het enkele ogenblikken stil terwijl bijna zichtbaar moeite werd gedaan om de herinneringen van een paar dagen geleden weer naar boven te krijgen.

“Nou ja, leuk, leuk… We hadden de kleinkinderen over de vloer.” Nu was het weer de beurt aan de kapper om te verzinnen hoe dit gesprek verder zou verlopen. “Dat is vast een gezellige boel geweest toch?” Weer bleef het een minuutje stil terwijl alleen het geluid van de schaar zich ritmisch liet horen. “Ach, wat zal ik er van zeggen? Ik werd ’s morgens al vroeg de tuin in gestuurd om de nog net op tijd gekochte chocolade-eieren te verstoppen, zichtbaar en onzichtbaar.” Zijn vrouw bleek hem nog nageroepen te hebben: “Je moet wel onthouden hoeveel en waar je ze neerlegt… dan kunnen we nagaan of ze allemaal zijn teruggevonden.”

Enfin, na de koffie met een paasgebakje was dan het grote moment aangebroken voor de inmiddels tot tien uitgegroeide schare kleinkinderen om in actie te komen. Het zal wel ongeveer overal zo gaan als je kinderen de wei in stuurt: er zal iemand zijn die al een mandje vol verzameld heeft en er zit er steevast ook eentje bij die na een kwartier nog helemaal niets gevonden heeft, net overal te laat. Als dan de telling uitwijst dat alles boven water is komt de fase dat er eerlijk gedeeld moet gaan worden. Bobby roept: “Nee opa! Dat is niet eerlijk, die had ik eerst gevonden!” Opa’s “Ja maar, dan heeft Miesje niets…” zet de luidsprekers op maximaal volume als de discussie losbarst. Neven, nichten, ooms, tantes, vader, moeder, opa en oma, iedereen bemoeit zich ermee. Na een kleine tien minuten geharrewar heeft dan uiteindelijk iedereen evenveel. Daarvoor moest dan eerst nog wel even gepoetst worden op de eieren die gelukkig netjes in een zilverpapiertje verpakt waren. Het grapje van opa van dit jaar was dat hij één rauw ei mee verstopt had en dat was zoals hij had verwacht kapot gegaan toen het in een mandje was verdwenen. Tante Jo verwoordde wat alle ouders hadden gedacht: “Ik heb er geen zin in om straks thuis de overgegeven chocolade uit de autostoel te moeten poetsen. Vooruit, jullie mogen er nu een opeten en de rest bewaren we nog even.”