Meer weggenomen dan paar plantjes
Eerst ben ik alleen maar boos. Welke hufter had het gore lef om de plantjes op het graf van mijn vrouw te jatten. In het bosgedeelte van begraafplaats Kranenburg in Zwolle ga ik kijken hoe de zes pollen Duifkruid, die ik een maand geleden heb geplant, zijn aangeslagen. Tot mijn verbijstering zie ik zes kuiltjes. Daar stonden ze. Stevige pollen waren het. Nog zonder de mooie blauwe bloemen. Wie doet dat nou? Wat ging er in die persoon om toen die de planten stond uit te graven? Nog schichtig om zich heen gekeken? Meegenomen in een plastic tas? Naar een ander graf? Naar huis? Zit hij/zij daar nu tevreden naar te kijken? Dat soort overpeinzingen heb ik daar, aan het kale graf. Kwaadheid komt boven. Ik loop rond om te kijken of ze op een graf in de buurt zijn neergezet. Dat zou dom zijn? Nou, als je zo stom bent om planten van een graf te jatten, heb je zaagsel in je hoofd en is je hart van steen.
De volgende dag ben ik thuis in de tuin aan het rommelen. Het voorval laat me niet los. Verdriet verdringt de woede. Er is meer weggenomen dan een paar plantjes. Bloemen verbinden. Dat Duifkruid, een vlinderplant, vormde een lijntje. Tussen mijn vrouw en mij. Met vlinders als schakels. Iemand heeft dat ruw verstoord. Is met dat liefdessymbool, ons symbool, iets anders gaan doen. Iets grofs.
Misschien leest de dader dit verhaal. Dan hoop ik maar dat die daarna het Duifkruid in de zon zet en liefdevol verzorgt. En misschien dat in de zomer de vlinders zijn hart voor altijd doen verzachten.