Hoe zou ik reageren
Hoe zou ik reageren? Dat vraag ik me af terwijl ik kijk naar een reportage in het NOS Journaal. De A12 is bij Utrecht geblokkeerd door Extinction Rebellion. Het is een zonnige zaterdag in de meivakantie. De gestrande automobilisten reageren. Boos, verontwaardigd. Opa en oma met kleinkinderen willen een dagje uit. Dat valt in het water. Anderen zijn op weg naar familie. De reactie op de blokkade is het nieuws. Er is weinig aandacht voor het motief. Eerlijk gezegd twijfel ik ook. Alleen een klimaatprotest? Wordt er geageerd tegen fossiele subsidies?? Een protest tegen de regering?
Zit hier het middel het doel niet in de weg? Een blokkade trekt wel aandacht. Maar gaat die aandacht over het doel?
Ik moet denken aan Greenpeace, die op de plek des onheils actie voert. Ooit tussen de jonge zeehondjes die werden doodgeknuppeld voor het bont; bij de walvisvaart tussen harpoen en prooi varen; de ingang van een zware vervuiler blokkeren. Het doel zichtbaar. Hinderlijk voor degenen tegen wie wordt geprotesteerd.
Hoe zou ik nu reageren op mijn eigen acties in de jaren ’70 in Wageningen? In de boodschappentas van klanten van AH kijken. Of ze ook Outspan sinaasappels uit Zuid-Afrika hadden. Wij stonden met het spandoek: ‘Pers geen Zuidafrikaan uit.’ Klanten van de AMRObank aanspreken. Of ze wel wisten hoe hun bank apartheid in Zuid-Afrika steunde. Mensen reageerden verontwaardigd. “Waar bemoei jij je mee, snotneus.” Ons doel werd geen gespreksonderwerp.
Protesten betekenen vaak ongemak. De eerste reactie gaat altijd over dat ongemak. En soms zal er later toch over nagedacht worden. Veel, heel veel druppels op een gloeiende plaat doen de plaat wèl afkoelen.
In Olst-Wijhe is ook een protest. Een PRO-stemmer is ontstemd omdat de overige drie gemeenteraadspartijen PRO uitsluiten voor vorming van een coalitie. Ze is een petitie gestart, een oproep aan de drie partijen om alsnog het gesprek met PRO op inhoud te voeren. Tot nu toe willen die met de winnaar van de verkiezingen niet over inhoud praten. Het is gek, dat je op voorhand zoiets zegt. Het niet probeert. Het is geen obscuur, extremistisch partijtje hè. Wat ligt daaronder? Persoonlijke verhoudingen, zoals ik ergens lees? Daar zal André Smit, fractieleider van PRO, van opkijken. Op 12 maart jl. citeerde de Volkskrant hem: “Maar de omgangsvormen die je in Den Haag ziet, die kennen we hier absoluut niet.” In Den Haag werd PRO uitgesloten. Nou, hier dus ook.
Natuurlijk, de drie partijen hebben samen een ruime meerderheid. Ze vertegenwoordigen veel inwoners. Een coalitie vormen is hun democratisch recht. Met een zuur randje, dat wel. Of hebben de drie – even een wantrouwende gedachte – dat vóór de verkiezingen al afgesproken: ‘We gaan opnieuw door met ons drieën. Wat de uitslag ook wordt. We hebben samen toch wel een meerderheid.’ Ik wil het eigenlijk niet geloven.
De burgemeester van Twenteland leidt nu de formatie. ‘Op een passend moment wordt de oppositiepartij PRO bij het formatieproces betrokken.’ Tsja, wat is ‘passend’ en wie bepaalt dat? Ik vraag me af hoe ik op zo’n uitnodiging zou reageren.