
Zondag 31 mei De IJsseltheaterfamiliedag – een impressie
De IJsseltheaterfamiliedag op zondag 31 mei wordt begeleid door studenten van Saxion.
Voor deze dag maakten ze, in het kader van hun studie, onder andere, een filmische beschrijving. Een mooie impressie van de gratis toegankelijke IJsseltheaterfamiliedag die dit jaar voor de vierde keer wordt georganiseerd bij het Infocentrum IJssel Den Nul. Met voorstellingen en activiteiten in de leeftijd van 4 tot 88. Iedereen is van harte welkom.
De dag begint al vroeg. Papa tilt me uit bed en zegt: “Vandaag is de Theaterfamiliedag!” Ik weet nog niet precies wat dat betekent, maar ik voel het al kriebelen in mijn buik. In de auto zie ik het terrein langzaam dichterbij komen. Grote tenten, vlaggetjes, mensen die dingen sjouwen. Het lijkt alsof ze een geheim dorp bouwen, speciaal voor ons.
Als we uitstappen, ruikt het naar gras en lente. Er staan mensen met hesjes, ze lachen en wijzen ons de weg. Ik krijg een sticker met mijn naam erop. Dat voelt belangrijk. We lopen langs een koe — maar niet zomaar een koe. Het is een Ranja-koe! Ik mag zelf mijn ranja tappen, en het voelt alsof ik iets mag wat normaal niet mag.
Dan zie ik een tafel vol klei. Een mevrouw met een vrolijke stem zegt: “Wil jij een potje draaien?” Ik knik, en mijn handen worden langzaam vies. De klei draait rond en ik maak iets dat lijkt op een vaas, maar misschien ook op een raket. Niemand zegt dat het fout is. Alles mag.
Verderop schilder ik een klein schilderijtje. Iedereen maakt er eentje, en ze worden straks allemaal bij elkaar gehangen. Ik voel me een echte kunstenaar. Er is ook een voeldoos, ik steek mijn hand erin en voel iets zachts, iets kriebeligs, iets dat ik niet kan raden. Het is spannend en grappig tegelijk.
Dan hoor ik muziek. Een jongen speelt gitaar en een meisje zingt. Ik ga dichterbij staan en voel de klanken in mijn buik. In een andere tent begint een voorstelling. Ik kruip op een bank en kijk hoe iemand verandert in een prinses, dan in een draak, dan in een bloem. Alles kan hier.
Tussendoor schminken ze mijn gezicht. Ik word een tijger. Mijn neus is zwart en ik heb strepen. Als ik langs een spiegel loop, schrik ik even van mezelf — en dan lach ik. Ik ben een tijger met een raketvaas.
Er zijn ook stenen. Ik mag ze schilderen, of er iets mee maken. Iemand zegt dat je met stenen ook verhalen kunt vertellen. Ik maak een steen met een hart erop. Misschien is dat mijn verhaal.
Aan het eind van de dag is er nog een voorstelling. Daarna worden de artiesten bedankt. Ze krijgen een tas met iets erin. Ik weet niet wat, maar ik hoop dat er iets leuks in zit. Dan begint het opruimen. De tenten gaan dicht, de stoelen worden opgestapeld. Het terrein wordt weer stil.
Maar in mijn hoofd is het nog druk. Ik heb geknutseld, gespeeld, gelachen, geschminkt, muziek gehoord, verhalen gezien. Ik heb dingen gemaakt en dingen gevoeld. En ik ben gegroeid. Niet in centimeters, maar in ideeën.
Als we naar huis rijden, kijk ik nog één keer achterom. Het terrein is leeg, maar ik weet: vandaag was het vol. Vol met kleine momenten die groot zijn geworden.