Rijmen en dichten

“Die kan rijmen en dichten, zonder zijn hemd op te lichten.” Misschien hebt u de uitdrukking wel eens gehoord over iemand die geen enkele moeite lijkt te hebben met het maken van gedichten in de Sinterklaastijd. Dat schrijven mij makkelijk afgaat bewijst het feit dat ik inmiddels aan mijn veertiende jaar van de columns in de HuisaanHuis-ReklaMix ben begonnen. Tussen de stukjes proza door stuur ik met enige regelmaat ook poëzie naar de redactie.

Het aardige van gedichten is dat er heel erg veel stijlen en vormen mogelijk zijn. Er is bijvoorbeeld een stijl die ik zou willen beschrijven als: het rijmt wel maar het dicht niet, ook wel sinterklaasrijm genoemd. Voor mij zijn de maat en het ritme van de woorden en zinnen minstens zo belangrijk als het al of niet rijmen. Dat je niet de ene regel vier woorden meegeeft en de volgende tien… Al op de middelbare school maakte ik kennis met ‘versvoeten’ zoals bijvoorbeeld het lang-kort-kort dat Homerus in zijn beroemde gedichten consequent gebruikt. In het Nederlands zijn aardig wat gedichten die in een kort-lang ritme gelezen kunnen (en moeten) worden: de liefde tot zijn land is ­ieder aangeboren.

Uit Japan komt de haiku, dat wordt uitgesproken als haikoe alsof je bij het hek van een weiland staat. De haiku is een voorbeeld van een gedicht dat puur op ritme wordt geschreven; het heeft drie regels die uit respectievelijk 5-7-5 lettergrepen bestaan. Dit is er een:

Starend in het vuur
Herinner ik mij liefde
In rook vervlogen

Ik houd ervan te spelen met woorden om een gedicht te laten voldoen aan de soms strakke regels van een bepaalde dichtvorm. Een rondeel heeft zo’n strak schema: het zijn 8 regels; 2 en 8 zijn identiek en de regels 1, 4 en 7 zijn vrijwel identiek. Het is even puzzelen en als het dan lukt komt er een zucht van opluchting:

De deadline lag te wachten
vandaag moest het af zijn.
Ik ben al bijna klaar want 
de deadline komt er aan.
Ik druk nu op verzenden
zo moet het dan toch maar.
De deadline wacht niet meer,
vandaag moest het af zijn