Eekhoorn en Waterjuffer
Ik ben groot fan van de verhalen die Toon Tellegen schrijft, omdat hij pittige (levens)problemen op een begrijpelijke manier weet te verwoorden. Het inspireerde mij tot het volgende verhaal:
Op een dag nog niet zo heel lang geleden had Eekhoorn een brief geschreven aan Waterjuffer. Hij had de brief per Zwaluwse Expressepost verstuurd. Met waterjuffers wist je immers maar nooit of ze er de volgende dag nog wel waren. In de tijd dat de zwaluwen op weg gingen naar het zuiden aten ze hun slanke buikjes vol met motjes en waterjuffers. Onderweg was er namelijk maar weinig tijd om te eten. De snelpost had zijn werk goed gedaan want al de volgende dag streek Waterjuffer na een mooie glijvlucht veelwetend neer naast Eekhoorn.
“Ik ben wel erg nieuwsgierig geworden. Je schreef over een dringend probleem…” lispelde Waterjuffer. Eekhoorn wreef een beetje zenuwachtig in haar pootjes. “Ja, zie je…” begon ze wat aarzelend. “Nou? Voor de draad ermee. Ik heb niet de hele dag,” mopperde Waterjuffer, “Ik moet vanmiddag nog naar de begrafenis van mijn nicht de eendagsvlieg. Die had gisteren haar dag…”.
“De haren van mijn pluimstaart zitten al een paar weken niet lekker!” zei Eekhoorn met flink veel zieligheid in haar stem, “die zouden net als bij mijn moeder netjes naast elkaar moeten liggen. Die van mij zitten door de war.”
Waterjuffer keek naar haar eigen lijf en kon zich maar moeilijk indenken hoe lastig dat moest zijn, staart in de war. Terwijl ze een zacht zoemend geluid maakte met haar vleugels deed ze haar ogen dicht. Dat deed ze altijd als nadacht over een moeilijk probleem. Net toen Eekhoorn dacht dat ze in slaap was gevallen, gingen de ogen weer open. Waterjuffer liep en vloog nog een keer of drie om Eekhoorn heen en riep toen blij: “Ik weet het hoor!” Het gezicht van Eekhoorn klaarde op alsof de zon achter een donderwolk vandaan kwam. “Vertel, vertel, wat moet ik doen?”
Waterjuffer fronste haar wenkbrauwen bij zoveel ongeduld, maar ze haalde adem om wat te zeggen. Eekhoorn stopte met haar zenuwachtige bewegingen. “Elke morgen” zei Waterjuffer, “elke morgen ga je langs bij Egel. Leg daar je staart over de stekels op zijn rug en spring dan met een hupje weg van Egel. Die merkt daar niks van, die is diep in slaap na een nacht van scharrelen.” Eekhoorn had een moeilijk gezicht getrokken, maar Waterjuffer was onverstoorbaar verder gegaan. “Als je zes van die hupjes hebt gemaakt zul je zien dat het er weer pico bello uitziet. Egel kamt jouw pluimstaart.”
Dankzij Egel loopt Eekhoorn vanaf die dag weer blij en tevreden door het bos. Soms helpt het dat je een ander iets voor je laat doen.